Rubriek: Geschiedenis
Uitgever: De Bataafsche Leeuw
Bladzijden: 352
ISBN: 90 6707 467 5
Jaar: 1998
Nr. catalogus: TW-g-02

In 1943 meldde de Duitse minister van PTT-zaken enthousiast aan Adolf Hitler en het Reichs Sicherheits Hauptamt in Berlijn dat de Deutsche Reichspost erin geslaagd was de geheime radiotelegrafische verbindingen van de geallieerden tussen Londen en New York af te luisteren. Onderzoek na 1945 toonde aan, dat de Duitsers zelfs telefonades tussen Churchill en Roosevelt aftapten. De vraag waarom dat juist in Nederland gebeurde met behulp van het toenmalige Staatsbedrijf der PTT en de Philipsfabrieken bleef tot heden onbeantwoord.

In dit boek wordt het spoor teruggevolgd, dat omstreeks 1900 bleek te beginnen bij Duits-Nederlandse koloniale samenwerking en de gezamenlijke exploitatie van onderzeese kabels voor de telegrafie met Nederlands-Indië en de nabijgelegen Duitse koloniën. Toen in de oorlog van 1914-1918 draadloze radioverbindingen hun intrede deden, bleek Nederland - ondanks en dankzij de neutraliteit - onverbrekelijk verbonden met de door de Deutsche Reichspost en Telefunken gedomineerde Duitse telecommunicatie.

Meteen nadat de bezetter zich in 1940 in de op dat moment ultramoderne Nederlands PTT-installaties had genesteld en Duitse ingenieurs de 'scramble' van de geallieerde radiotelefonie hadden gebroken die de Nederlands regering in mei 1940 bij haar vertrek naar Londen verzuimd had te laten vernietigen, kon met het afluisteren van het diplomatieke en militaire verkeer worden begonnen. Het boek schenkt een interessante blik op de Duits-georiënteerde, weifelende ambtenarentop van de Nederlandse PTT tijdens de bezetting en de gevolgen daarvan tijdens de zuivering na de bevrijding.