Rubriek: De bronnen
Uitgever: Het Spectrum Utrecht
Bladzijden: 194
Jaar: 1957
Nr. catalogus: J-db-01

Er is nog steeds geen ander boek dat zo in staat is in de 'westerse' wereld belangstelling te wekken en daarin zelfs hartstochten los te slaan, als de Bijbel. Deze blijkt nog altijd het Boek bij uitnemendheid der Christenheid te zijn en ook bij de velen die zich van het Christendom hebben losgemaakt, een uitzonderlijke belangstelling te genieten. Hoe ontkerstend de 'westerse' wereld ook reeds is, vooral in haar uiterlijke vormen, zij is zich nog altijd bewust van haar oorsprong, die met het Christendom zo innig is verweven, dat dit er nog steeds in doorwerkt. Toen daarom in 1947 in grotten van de Woestijn van Juda, niet ver van de Dode Zee, oude bijbelhandschriften in potten werden gevonden, en later zelfs bleek dat dit nog maar het begin was van wat de 'meest oopzienbarende ontdekking van handschriften in onze eeuw' is genoemd, raakten pers, radio en televisie in beweging. De bijbel kwam in het geding, en dit sprak tot geloof en fantasie van talloos velen. De oorsprong van het Christendom kwam in
een nieuw licht te staan, werd gezegd, en dit leek aan velen die hierover toch al niet bijzonder hoge gedachten hadden eenn kans te geven waarop zij lang hadden gewacht. Niet alleen de mannen der wetenschap kwamen in actie, maar ook talloos velen die gaarne meedoen aan de popularisering daarvan. En niet slechts dezen, maar ook de nog talrijker scharen voor wie het voorwerp dezer wetenschap: Bijbel en Christendom, directe betekenis had.

Dit alles heeft tot gevolg gehad dat in nog geen tien jaren een haast niet te overziene litteratuur is ontstaan over het onderwerp en de ermee samenhangende vraagstukken. De ernstige wetenschappelijke publikaties zijn door één man nog bij te houden en de schrijver van dit werkje heeft getracht dit van het begin af te doen, nadat hij in 1947 te Jerusalem een der eersten is geweest die enkele van de toenmaals gevonden rollen heeft gezien en geïdentificeerd. De populaire litteratuur over het onderwerp in haar geheel volgen: de vele artikelen in kranten en weekbladen, radioreportages en zo meer, is ondoenlijk geworden, al zou het slechts hierom zijn dat men alle talen der wereld zou moeten kennen om alles te kunnen lezen. Het laatste is echter geen groot nadeel, daar de gehele populaire litteratuur over dit onderwerp steunt, of althans steunen moet of moest, op de wetenschappelijke die
bezig is de wereld te verrijken met betrouwbare nieuwe kennis van voor ons allen zeer belangrijke oude zaken.

De gevonden teksten zijn tot dusver gebleken van veel groter betekenis te zijn voor de kennis van de geschiedenis van een stuk oud Jodendom en de alleroudste periode van het Christendom dan voor die van de oude Bijbeltekst. Slechts specialisten kunnen de waarde der gevonden Bijbelteksten voldoende schatten, terwijl het grote publiek meestal wel tevreden is met het bewonderen van hebreeuwse Bijbelhandschriften die duizend jaar ouder zijn dan de tot dusver (niet aan hen, maar aan de geleerden) bekende en die bijna precies dezelfde tekst blijken te bevatten. Toch is hier nog genoeg materiaal aanwezig gebleken om de hartstochten van een aantal geleerden los te slaan; sommigen van hen zijn elkander met het geestelijk wapen der pen te lijf gegaan op een wijze als met de serene objectiviteit der wetenschapsbeoefening moeilijk in overeenstemming is te brengen. Met betrekking tot het schatten van de betekenis der niet-Bijbelse teksten voor de geschiedenis van het ontstaan van het Christendom zijn nog veel erger dingen gebeurd en zijn er talrijke publikaties verschenen die op onverantwoordelijke wijze een deel der wereldopinie misleiden, waarbij zelfs gepoogd is geleerden die zich op objectieve en zakelijke manier aan de studie der teksten wijden in discrediet te brengen omdat zij zekere meningen niet willen onderschrijven.

Dit Prismaboek wil de lezer de betekenis der vondsten duidelijk maken door de oude handschriften zoveel als mogelijk is voor zichzelf te laten spreken en hun taal te plaatsen en te laten verstaan in het kader van de tijd waarin zij zijn ontstaan. Omtrent dit kader is nog lang niet alles duidelijk en zeker. Er is naar gestreefd het onzekere zoveel mogelijk buiten beschouwing te laten of het duidelijk als zodanig aan te duiden. Een boek als dit draagt het kenmerk van het jaar waarin het is geschreven, omdat nog steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan en er nog maar een begin is gemaakt met de publikatie van alles wat gevonden is.