Rubriek: Theologie
Uitgever: Charles Scribner's Sons, New York
Bladzijden: 151
Jaar: 1954
Nr. catalogus: J-th-11

Deze studie van de gezaghebbende rabbijn Abraham Heschel (1907-1972) verwijst in een wereld vol verwarring, zeker na de Shoah, naar de essentiële betekenis van het gebed, het zoeken van de mystieke ervaring van de aanwezigheid van God (sjechina). Deze ervaring moet in het gewone leven een weerklank vinden in de onderhouding van de geboden (mitzwoth): door in het gebed ruimte te maken voor de aanwezigheid van de Eeuwige, zoals Hij zich openbaart in de Thora, komt de mens niet alleen tot Godsbesef, maar wordt hij ook gedrongen tot beantwoording in daden van gerechtigheid, zoals die in de Thora beschreven zijn en samengevat in het Shema Israel: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. Prayer is the queen of all commandments, but a mitzwah is a prayer of a deed. Zo wordt dit boek tevens voor Joden een aansporing om het verbond metterdaad te vernieuwen en wijst het christenen op de wortels van de kerk.