Rubriek: Plaatselijke Geschiedenis
Uitgever: De Walburg Pers, Zutphen
Bladzijden: 112
ISBN: 90 6011 414 0
Jaar: 1978
Nr. catalogus: JN-pg-02

WOORD VOORAF

Met veel genoegen voldoe ik, oud-Achterhoeker, geboren in Groenlo, aan het verzoek van de heer S. Laansma een voorwoord te schrijven voor dit boek dat de geschiedenis tracht weer te geven van 4 Joodse gemeentes in de Achterhoek.
Lang hebben we moeten wachten op een geschiedschrijving van de vele verloren gegane kehilloth na de oorlog '40-'45. Merkwaardig is het daarbij te moeten constateren dat, met uitzondering van de ons allen welbekende publicist de heer H. Beem, die direct na de oorlog in het algemeen schreef over `De verdwenen mediene' en daarna ook over de geschiedenis van de kehillah Leeuwarden een boek het licht deed zien, de beschrijving van de geschiedenis der kleine kehilloth door niet-Joden is ter hand genomen (Zutphen, Hengelo, Zevenaar, Steenderen, Brummen, e.a.). Wat ook de reden daarvan moge zijn, we kunnen degenen, i.c. de heer Laansma, niet dankbaar genoeg zijn dat zij de moeite hebben willen nemen zich te verdiepen in het wel en wee van deze kleine Joodse gemeenschappen.
De keuze van de 4 gemeentes lijkt me een zeer goede. Borculo toch behoorde onomwonden tot de beste vooroorlogse kehilloth in Nederland. Daar stond het Joodse leven, het Joodse weten en het 'lernen' op een zeer hoog peil. Twee EreMoureines en meerdere leden die de Chower titel droegen bracht deze quantitatief kleine kehillah voort. Een opgewekt en intens Joods leven heerste er in Groenlo, waar altijd volop minjan was en waar ook vaak door de week `gelernd' werd. Lochem en Eibergen behoorden tot de goede vooroorlogse kehilloth zoals er zovelen in de mediene waren.
Bij het lezen van dit boek zullen zeer in het bijzonder degenen die enigszins bekend waren met het leven in deze kleine kehilloth met weemoed en met eerbied terug denken aan de wijze waarop zij die deze gemeenschap vormden hun Jood-zijn beleefden. Dan herinnert men zich hoe na een week van hard werken men genoot van de Sabbath en van de rust die daarbij hoorde, hoe men zich verheugde op een naderende Jomtof en die dan ook intens beleefde.
De schrijver kunnen wij niet dankbaar genoeg zijn, dat hij door het schrijven van dit boek en voor de wijze waarop hij zulks gedaan heeft niet alleen bij ons allen mooie herinneringen heeft losgemaakt, die uiteindelijk weliswaar uitmonden in een droef herdenken, maar die daarnaast de herinnering aan deze kleine kehilloth en aan hen die daar deel van uitmaakten voor altijd heeft trachten
levend te houden.

Haarlem, mei 1978

Dr. D. Heymans, Lid van de Permanente Commissie tot de algemene zaken van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap