Rubriek: Plaatselijke Geschiedenis
Bladzijden: 40
Jaar: 1986
Nr. catalogus: JN-pg-06

Ten geleide

Dit boekje gaat over 105 mensenlevens. Over de levens van 105 Joodse vluchtelingen, die uit Duitsland ontkwamen en in Nederland een veilig onderdak vonden. Deze 105 Joden waren geen stilzitters: het waren mensen die zich tot doel hadden gesteld in Palestina een nieuw leven te beginnen. Wat zij, voor ze in Nederland kwamen, hadden meegemaakt, is hun geheim. Slechts van horen zeggen weten wij, niet-Joden, hoe erg het geweest moet zijn.
Ik ben een "niet-Jood" en geboren in een vrij Nederland. Wel maakte ik de oorlog mee van mijn 9e tot mijn 14e jaar: heel bewust. Ik zag ze ook lopen: mensen met sterren. Het raakte op de achtergrond door onze eigen angsten voor de V 1 en V2, die als ze mislukten, in de buurt neerkwamen, en door de afschuwelijke hongerwinter van 1944 op 1945. Toen de oorlog voorbij was ontdekte ik, dat ook bij ons in de buurt joden ondergedoken hadden gezeten. Op de Mulo werden het onze klasgenoten. Ze spraken nimmer over hun leed, veel Joodse kinderen misten hun ouders. Toch was ook hun leed niet te vergelijken met dat van hen, die uit de vernietigingskampen terugkeerden.
Hoe zal ik dan schrijven over het verdriet van anderen, van deze Joden? Hoe kan ik de spanningen van Westerbork en de verschrikkingen van Auschwitz, Mauthausen en Sobibor beschrijven? Ik probeer er iets van te begrijpen, maar ik kan het nauwelijks. En anderen naschrijven wil ik niet. Ik tracht meegevoel te tonen door een simpel woord, een uitgesproken gedachte. Ik schaam me dikwijls, omdat vriendschap en sympathie zo moeilijk onder woorden te brengen zijn.

Met dit kroniekje van deze kleine groep Palestinapioniers heb ik het geprobeerd. Aan de 48 die omgekomen zijn wil ik dit geschrift met eerbied opdragen: mogen hun zielen gebonden zijn in de bundel van het Eeuwige Leven.

Zutphen    S. Laansma