Rubriek: Cultuurfilosofie
Uitgever: Uitgeverij Contact Amsterdam
Bladzijden: 223
ISBN: 90 254 6831 4
Jaar: 1991
Nr. catalogus: CF-01

Een cultuurfilosofische studie over de plaats van de vreemdeling in de Westerse samenleving.

'Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land van Egypte.'
Het citaat stamt uit Exodus. Even tolerant waren de Grieken in hun literatuur: in Aeschylus' De smekelingen worden vijftig vluchtelingen in de stadsstaat Argos opgenomen, al betekende dat oorlog met Egypte.
De houding ten opzichte van vreemdelingen is in de loop van de westerse geschiedenis grondig veranderd: Armeniërs en joden zijn in deze eeuw vervolgd en vermoord en zelfs na die catastrofes lijkt het racisme in Europa nu weer in alle hevigheid de kop op te steken.
In dit boek bespreekt Julia Kristeve, Française van Bulgaarse origine, diepgaand de plaats van de vreemdeling in de westerse cultuur. Zij keert terug tot de bronnen van onze beschaving: tot de joodse, Griekse en vroeg-christelijke traditie. Zij zoekt in middeleeuwen en renaissance (Dante, Rabelais en Erasmus) naar denkbeelden en opvattingen en verbindt die met ideeën uit de verlichting en de romantiek. Toch schreef Kristeva heen cultuurfilosofische studie: in eerste instantie is het haar te doen om de moraal. Hoe staan wij - of dienen wij te staan - ten opzichte van de vreemdeling? Hoe kunnen wij een houding vinden die ons niet van onszelf vervreemdt en die tegelijktertijd rekening houdt met de vreemdheid van de ander? Kristeva vindt voor een antwoord inspiratie bij Freud, die er in zijn concept van de 'unheimliche Fremdheit' van uitging dat ieder mens in zijn onbewuste een vreemde is voor zichzelf. Wie die onzekerheid van de menselijke staat accepteert, zal het vreemde buiten zichzelf niet meer brandmerken.