Rubriek: Israël
Uitgever: H.J.W. Becht - Amsterdam
Bladzijden: 273
Nr. catalogus: IS-07

„En het werd avond en het werd morgen" staat er na ieder der zes scheppingsverhalen in de Bijbel. In het oosten begint het etmaal met de avond, het wordt voortgezet in de daaropvolgende nacht, voordat de morgen aanbreekt waarmede een nieuwe dag begint.

De Joodse geschiedenis is immer door het donker overschaduwd, een donker dat in het zwartste duister overging ten tijde van de massale mensenvernietiging door het nazi-regime.
Eerst daarna pas opende zich de weg naar de totstandkoming van de nieuwe Joodse staat, in het land der voorvaderen. Uiteindelijk is het de Joden mogelijk geworden om terug te keren naar de plaats vanwaar zij eens moesten uitzwermen. In dit land der vaderen is voor hen nu de zon opgegaan, een zon zo stralend en warm dat ze zelfs de herinnering aan de duisternis langzaamaan doet vervagen. Het is het geluk om het herwonnen land dat dit boek zijn zo speciale sfeer geeft. De terugkeer der Joden is een wonder waaraan zij zelf nauwelijks durfden geloven en dat zich veel spoediger nog heeft voltrokken dan zij in hun stoutste verwachtingen waagden te veronderstellen.

Er is vreugde om en geloof in dit nieuwe land en zijn volk, dat de woorden "en de dorre vlakten zullen bloesemen als een rozentuin" ook daadwerkelijk, uit eigen kracht, in vervulling doet gaan. Een vreugde die men in de oude landen der wereld nauwelijks meer kent.

Dit boek straalt een diepe, opwekkende kracht uit die, naast de beweegreden der actualiteit, de uitgeefster deed besluiten het gelijktijdig te doen verschijnen met het eerste deel van dit epos, De Zoon der Sterren, waarin de worsteling van het Joodse volk ten tijde van de Romeinse overheersing wordt behandeld.

Trefwoorden: israel